DOGON – ALGEMENE BESCHRIJVING.
Ongeveer 50 kilometer van Mopti ligt één van Mali’s schatten: Pays Dogon.
Het lijkt wel alsof er een heel groot rotsblok van 250
km. lang, 100 km. breed en 500 meter hoog is neergelegd, waaraan aan één kant
een enorme zandvlakte met duinen, bomen en struiken grenst.
Het is een indrukwekkend landschap, deze “Falaise” of “Escarpement” zoals deze
rotswand ook wordt genoemd. De Falaise van Bandiagara is aangewezen door Unesco
als Wereld Erfgoed.
Op de steile rotswanden hebben de Dogon zo’n 800 jaar geleden hun eerste huizen gebouwd; ze waren niet de eersten die dat deden. De Tellem stam had dat ook al gedaan; over deze Tellem is echter erg weinig bekend.
De huizen op de richels lijken tegen de wand “geplakt” als zwaluwnesten; ze hebben dezelfde kleur als de rots en vallen daarom in eerste instantie helemaal niet op. Nu zijn er meestal alleen nog maar de overblijfselen van die prachtige huizen te zien, zowel van de Tellem als de Dogon. De meeste mensen wonen tegenwoordig in dorpen op het plateau en langs de voet van de rotswand.
Hun vierkante, lemen huizen hebben vaak prachtig versierde deuren met speciale sloten. Op de platte daken ligt van alles te drogen: kalebassen, gierst, maïs, sorghumstengels enz. Op het erf staan de mooi bewerkte graanschuurtjes, die getooid zijn met een zwart rieten puntdak staan. De vrouwen zijn de gierst aan het stampen in grote houten vijzels en de kippen, ezels en geiten lopen er vrij rond.
Opvallend in elk dorp is de Toguna – de praatruimte, de vergaderzaal, de palaverhut. Deze is ongeveer een meter hoog en heeft 8 mooie Y- vormige pilaren, die prachtig versierd zijn met houten beeldsnijwerk. Op het dak liggen dikke lagen riet van ineengevlochten gierststengels.
In de toguna bespreekt de dorpsoudste (de Hogon) met
de andere oudere mannen niet alleen de gang van zaken in het dorp, maar er wordt
ook bemiddeld en recht gesproken etc.. Bovendien is het ook een fijne,
schaduwrijke plek.
De toguna is met opzet zo laag gehouden. Men kan in
zijn boosheid niet gemakkelijk opspringen en moet blijven zitten tot een en
ander is opgelost.
Er is in elk dorp maar 1 rond gebouw - en dat is het menstruatiehuis (de yapuna ginna) waar vrouwen tijdens die periode verblijven.In het dorp houden de bewoners zich bezig met het verven en weven van katoenen stoffen en dekens; vaak in de kleuren indigoblauw en okergeel – de typische kleuren van de Dogon. Ze zijn aan het pottenbakken en brouwen gierstebier (konjo); bij bijna alle feestelijkheden wordt het bier gedronken.
Buiten het dorp, op de vlakte, zijn de akkers aangelegd, waarop gierst, maïs, uien enz. worden verbouwd. Het lijkt misschien wel alsof de akkers door tientallen mollen zijn bezocht, maar dat is een typische landbouwtechniek die de Dogon al eeuwen gebruiken.
de Hogon. (de spiritueel leider).
Het merendeel van de stammen heeft een Hogon per
dorp, behalve de Arou-stam, want die heeft er in totaal maar 1 en hij woont
in het dorp Arou.
Na de benoeming moet hij volgens hele strikte regels
leven; hij kan niet worden afgezet. Het huis is vaak versierd met symbolische figuren
zoals slangen, krokodillen etc. Hij mag het erf van de woning niet verlaten.
Hij representeert de levenskracht van zijn volk en die
mag hij niet verspillen. Daarom mag hij hij geen lichamelijk werk doen en niet
zweten. En hij mag niet op blote voeten lopen en daarom wordt hij gedragen door
zijn assistenten.
Hij mag niet worden aangeraakt door andere mensen (zelfs
niet door zijn eigen vrouw en kinderen).
De Hogon mag recht spreken.. Hij is goed op de hoogte
van wat er in het dorp gebeurd dankzij zijn “informanten”.
Hij mag zich niet wassen, want iedere nacht komt de
grote slang (Lébé) hem likken om de vitale levenskracht over te brengen. Als de
slang niet meer komt zal de Hogon snel sterven. Als een Hogon sterft, wordt hij
pas na 3 jaar vervangen.
Om de Hogon en de assistenten van eten te voorzien
zijn op het veld speciale akkers aangelegd; de maaltijden worden bereid door
zijn vrouw en geserveerd door een jong meisje.
De Dogon zijn er in geslaagd om hun eigen cultuur en de tradities van hun voorouders door de jaren heen te bewaren. Ze zijn animist, christen of moslim, maar ze wonen vredig bij elkaar. Overal staan tempels, moskeetjes, kerkjes, altaren, besnijdenisplaatsen enz.. Ze houden hun oude gebruiken zoals de festivals en de maskerdansen in ere.
Maskerdansen.
Om de toeristen toch te laten zien wat zulke
maskerdansen nu precies inhouden en om de prachtige, handgemaakte maskers te
tonen, worden er tegenwoordig speciale maskerdansen opgevoerd. De maskers
stellen mythologische en mensenfiguren voor, maar het merendeel stelt dieren
voor. Het masker Walu is dus een antilope.
De maskers worden niet op het hoofd vastgebonden, maar ze worden dmv een houten
steeltje door de dansers tussen de tanden geklemd; een goed gebit is dus wel
nodig.
De maskers werden oorspronkelijk getoond aan een vrouw, genaamd Satimbé, en bekend geworden als "de zuster van maskers." Zij heeft een ontmoeting gehad met de geesten van de rimboe en heeft de maskers meegenomen naar het dorp. De vrouwen gebruikten de maskers lange tijd om de mannen bang te maken, maar ze werden door de mannen afgepakt en die hebben nu het beheer over deze maskers. De vrouwen zijn volledig buitenspel gezet; ze mogen niet aan een maskerdans deelnemen.
De maskerdansen en hun rituele gebruiken worden uitgevoerd om de voorouders te eren, om hun hulp in te roepen, om een goede oogst te vragen enz. enz.
Elk jaar is er eind december/begin januari een “Festival des Danses des Masques” ; ieder jaar echter in een ander dorp.
Sigui Festival.
De belangrijkste ceremonie is het Sigui festival, dat
maar eens in de 60 jaar wordt gehouden; het eerstvolgende is in 2027.Het is een ceremonie van verzoening en initiatie. Het
wordt gehouden om vergeving te vragen voor de domheid en vergeetachtigheid van
een paar jonge mannen uit het dorp YougoPiri, die tot de dood van een voorouder
leidde.
De dorpsoudste had op de hoogte gesteld moeten worden
van wat deze twee jongens hadden gedaan. Maar dat gebeurde niet en daarom
veranderde hij in een slang.
Voor elk Sigui festival wordt een nieuw Grootmasker in
de vorm van een slang gemaakt en men snijdt dit masker uit één lange boomstam.
Tijdens het feest trekken de mensen van dorp tot dorp
en voeren de maskerdansen uit en drinken gierstebier. Ze gaan door totdat elk
dorp op het plateau en langs de rotswand is bezocht - en dat kan wel eens een
paar jaar duren.
Dama Ceremonie
Iedere 12 jaar wordt de Dama Ceremonie gehouden ter
ere van de geesten van de voorvaderen. Tijdens deze ceremonie zonderen de mannen
zich af in een grot om te rouwen over de zielen van degenen, die in de laatste
12 jaar zijn overleden. En om er maskers te maken. Er wordt gezegd dat de zielen
van de doden in deze maskers zitten en aan de mannen de kracht geeft om boze
geesten af te weren.
Aan het einde van de ceremonie dragen de mannen maskers in de vorm van waterbuffels en hyena’s, omdat die de toekomst kunnen voorspellen. Als de ceremonie voorbij is, zijn de zielen van de doden erkend als voorouders en zullen zij voor de bescherming van de Dogon zorgen.
Begroeting.
Begroeten is in de Dogon ontzettend belangrijk, net
als in heel Mali. Ook al kom je elkaar meerdere malen per dag tegen, dan begroet
je elkaar toch weer op dezelfde manier. Zo’n begroeting kan vrij lang duren;
zelfs als men intussen doorloopt, stopt men niet met begroeten.
Het gaat ongeveer als volgt: (beetje afhankelijk van regio):
A: Aga Poo – Goedemorgen / Hallo
B: Poo – Goedemorgen / Hallo
en zo verder - over de gezondheid van de familie, de beesten, het huis, het werk etc. etc. …..; maar het hangt een beetje af van de stemming..
Tenslotte zullen ze zeggen:
A: Poo - Bedankt.
B: Yah Poo - Ook bedankt.
Ook al begrijpt u niet wat de mensen tegen u zeggen, dan is een vriendelijk “Sewo” is een prima antwoord.

